| Beneficair aanvaarden: |
Speciale wijze van aanvaarden van een erfenis, waardoor een erfgenaam kan voorkomen dat hij geld uit eigen zak moet bijdragen als de schulden van de nalatenschap meer bedragen dan de bezittingen. |
| Boedel notaris: |
Een notaris, die met de afwikkeling van een opengevallen nalatenschap, ook wel boedel genaamd, is belast, noemt men de boedelnotaris. Sinds de invoering van het nieuwe erfrecht kan via het boedelregister worden achterhaald, wie de boedelnotaris is in een bepaalde boedel. Het boedelregister wordt gehouden door de rechtbank waar de overledene zijn/haar laatste woonplaats heeft gehad. |
| Bloot eigendom: |
De blote eigenaar is de eigenaar van een onroerende zaak, terwijl een ander een verdergaand genotsrecht op die onroerende zaak heeft. Door het recht van die ander heeft de blote eigenaar over het algemeen niet de directe beschikking over zijn zaak. De met het genotsrecht belaste zaak wordt de blote eigendom genoemd. Soms wordt door de genothebbende wel een vergoeding aan de blote eigenaar betaald. Blote eigendom komt voor bij: erfpacht; beklemming; recht van opstal; recht van vruchtgebruik; recht van gebruik of bewoning. |
| Codicil: |
Met de hand geschreven, gedagtekend en ondertekend stuk, waarin iemand, zonder tussenkomst van de notaris, sieraden en specifiek tot de inboedel behorende zaken kan vermaken. |
| Erfgenaam: |
Iemand die recht heeft op (een bepaald percentage van) de nalatenschap. |
| Erflater: |
De overledene. |
| Erfstelling: |
Verkrijging van een percentage van de erfenis. |
| Executeur: |
Iemand die door de erflater is aangewezen om de nalatenschap af te wikkelen. |
| Herroepen/aanvullen: |
In een uiterste wil wordt veelal een mogelijk eerder opgemaakt testament geheel of gedeeltelijk herroepen; maar in een nieuwe uiterste wil kunnen ook aanvullende beschikkingen of wijzigingen worden aangebracht ten opzichte van de vorige uiterste wil, waarbij de vorige uiterste wil overigens in stand blijft |
| Langstlevende: |
De langstlevende is diegene van een (echt)paar die achterblijft nadat de eerste van beide is overleden. In een testament kan een langstlevende regeling worden opgenomen. Een dergelijke regeling kan bijvoorbeeld inhouden dat de langstlevende echtgenoot of echtgenote het levenslange recht op vruchtgebruik blijft houden of dat deze de nalatenschap krijgt toebedeeld. De langstlevende behoeft dan doorgaans tot zijn of haar dood niets uit te keren aan de kinderen, maar moet wel hun successierechten betalen aan de Belastingdienst. In een testament kunnen gevallen worden genoemd waarin de langstlevende toch de erfdelen aan de kinderen moet uitkeren, bijvoorbeeld bij hertrouwen. |
| Last: |
In een uiterste wil kan een bepaalde 'last' worden opgenomen. De erflater legt dan een bepaalde last op aan de erfgenamen. Bijvoorbeeld dat de erfgenamen iets moeten ondernemen of juist niet. Een last is heel dwingend: komt een erfgenaam een last niet na, dan is die persoon geen erfgenaam meer. In verband met de rechtszekerheid wordt de last daarom niet veel gebruikt en worden andere methoden gehanteerd. |
| Legaat: |
Verkrijging van bepaalde goederen, effecten of een geldbedrag uit de nalatenschap. |
| Legaat vrij van recht: |
Legaat waarover de ontvanger zelf geen successierechten hoeft te betalen. De successierechten komen ten laste van de erfgenamen. |
| Legitieme portie: |
Geldbedrag waar een (klein)kind van de erflater volgens de wet minimaal recht op heeft, zelfs al is het onterfd. |
| Nalatenschap: |
Het geheel van bezittingen en schulden dat iemand bij zijn overlijden achterlaat. |
| Successierecht/erfbelasting: |
De belasting die verschuldigd is over de verkrijging uit een nalatenschap. |
| Testament: |
Een door de notaris opgestelde verklaring waarin iemand vastlegt wat er moet gebeuren met zijn vermogen na zijn of haar overlijden. (uiterste wil) |
| Uiterste wil: |
In Nederland heeft de wetgever in het nieuw Burgerlijk Wetboek het begrip 'testament' laten vallen en vervangen door het begrip uiterste wil, dat wil zeggen de (notariële) akte. Ook een geldig in het buitenland gemaakt onderhands testament is een uiterste wil. Het begrip uiterste wilsbeschikking wordt in het nieuw Burgerlijk Wetboek gebruikt voor de inhoud van die uiterste wil. |
| Verwerpen: |
Een erfgenaam heeft, mits tijdig, het recht om de nalatenschap te verwerpen. Zijn aandeel in de erfenis gaat dan naar zijn mede-erfgenamen of, als die er niet zijn, de Staat. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat indien een erfgenaam verwerpt, automatisch zijn of haar afstammelingen in de plaats komen van de verwerper . Bij het verwerpen van een nalatenschap, bijvoorbeeld indien er schulden zijn, is het dus van het grootste belang om een nalatenschap niet alleen voor zich, maar ook voor eventuele kinderen en/of kleinkinderen te verwerpen. In het geval er minderjarige (klein)kinderen bij betrokken zijn, is verwerping slechts mogelijk met toestemming van de kantonrechter. Als voor meerdere personen verworpen dient te worden, kunt u kosten (griffierechten) besparen door dit gezamenlijk te doen . U kunt verwerpen door een schriftelijke verklaring af te leggen bij de rechtbank in het arrondissement waar de overledene laatst heeft gewoond. Hierbij dient een overlijdensakte te worden overlegd en de verwerpende erfgenamen dienen zich te legitimeren. Ook dienen zij een machtiging in te vullen en te ondertekenen. Voor het verwerpen van een nalatenschap kan men ook terecht bij een notaris. Deze zal dan de benodigde gegevens en papieren aan de rechtbank doen toekomen, zodat een akte van verwerping kan worden opgesteld. |
| Vrucht gebruik: |
Het recht van vruchtgebruik is een recht dat kan worden gevestigd op een goed (zaak of vermogensrecht). Over het algemeen wordt een dergelijk recht gevestigd op een onroerende zaak. Vruchtgebruik kan ook gevestigd worden op een roerende zaak en zelfs op zaken die tenietgaan door het gebruik. Dat vruchtgebruik heet dan oneigenlijk of quasi-vruchtgebruik. Degene die het recht van vruchtgebruik heeft wordt vruchtgebruiker genoemd. Degene die eigenaar is van een zaak die belast is met het recht van vruchtgebruik wordt blote eigenaar genoemd. Vruchtgebruik kan gevestigd worden door een overeenkomst, door een legaat of uit de wet . In Nederland wordt het recht van vruchtgebruik geregistreerd in het kadaster als het betrekking heeft op een onroerende zaak, middels inschrijving van de notariële akte waarbij het gevestigd is. Vaak eindigt het recht pas door het overlijden van de laatste vruchtgebruiker. |